SPEECH VOOR JOS, BIJ ZIJN AFSCHEID VAN DE HOGESCHOOL WINDESHEIM

9c0f9b13-81ec-4c25-a723-0b0bb2535318

Lieve Jos, collega’s, familie en vrienden,

U kent vast de filmklassieker ‘The Sound of Music’. U weet wel met Julie Andrews in de hoofdrol als de dartele non Maria. Vandaag moet Julie Andrews haar hoofdrol maar eens afstaan aan Jos, vind u niet? Dus, als ik het over de non Maria heb, zet dan in gedachten even Jos daarvoor in de plaats. In deze film zegt moeder overste tegen Maria dat voor haar de tijd gekomen is het klooster te verlaten. Ze moet eens iets anders gaan doen. Maria schrikt en denkt: “Help, wat moet ik dan?” De wijze abdis zegt tegen haar: “Maria, when the Lord closes a door, he somewhere opens a window”….

Aan die zin moest ik denken toen ik deze speech schreef. Want zoals u weet, ook voor Jos valt een deur in het slot. Hij gaat de Hogeschool Windesheim voorgoed verlaten. En wat dan? Wat gaat er gebeuren als heel zo’n werkzaam leven zomaar wegvalt? Moeder overste zei niet alleen: ‘When the Lord closes a door’……… ze vervolgde met te zeggen: ‘He somewhere opens a window’. Nou, dat venster houdt u van mij tegoed.

Maar voordat ik verder ga, wil ik even kort checken of u en ik hetzelfde beeld hebben bij Jos. Graag wil ik u vragen: steek even uw hand op of roep ‘yes’ als een typering herkenbaar is’.

Daar gaat ie dan:

  • Verwoed verzamelaar van oud papier, zoals nota’s, rapporten, verslagen etc.
  • Man van de structuur en het detail
  • Het moet beter dan perfect.

Zo te zien en te horen hebben we het over één en dezelfde persoon. Over Jos, hier in ons midden.

Ù kent hem als collega, als werknemer van de Hogeschool Windesheim. Vandaag wil ik u graag kennis laten maken met Jos als partner, als vader, als hóófd van ons gezin. Jazeker, ik leg de nadruk op ‘hoofd’, want Jos heeft een krachtige persoonlijkheid. Dat is u vast niet ontgaan. Hij neemt graag de leiding, is doortastend en gaat confrontaties niet uit de weg.

Onze oudste zoon Gerben kan daar over meepraten. Dat zit namelijk zo. Op de middelbare school had een vriend Gerbens’ tafeltennisbatje uit het raam gegooid. Niet de vriend, maar Gerben moest zich melden bij de conrector, een echte bullebak. Hij legde onze zoon een zware straf op. Jos vond dat zeer onbillijk en toog, met zoonlief in zijn kielzog, naar school. Keurig liet hij de conrector zijn verhaal doen. Vervolgens gaf hij ongezouten kritiek op de handelwijze van de man. Onze zoon wist niet wat hij hoorde! Dat zíjn vader die nare conrector, voor wie iedereen doodsbang was, zo van repliek durfde dienen. Hij vond het geweldig! Die dag was zijn vader zijn grote held.

Ja, en nu ik het toch over school heb, er zijn hier vast mensen die Jos nog als docent hebben meegemaakt. Nou, ik kan u verklappen: thuis kon hij er ook wat van! Vaak hield hij hele colleges tijdens het avondeten. Van maatschappelijke onderwerpen, politiek, schoolprestaties tot voetbal, alles kwam voorbij. Toen de zoons ouder werden en een eigen mening kregen gaf dat wel eens strubbelingen. Want Jos dacht het altijd net ietsje beter te weten.

Kennis overdragen, het zit Jos echt in het bloed. Als hij daarmee bezig is vloeien de woorden als vanzelf over zijn lippen. Maar het verwoorden van gevoelens vindt hij niet gemakkelijk. Het liefst houdt hij zijn gevoel veilig verborgen achter zijn ratio. Maar als je tussen de regels door kunt lezen – en dat heb ik in de loop der jaren geleerd – dan zie je heel mooie en zuivere karaktereigenschappen aan de oppervlakte verschijnen. Achter dat ronde brilletje en die strenge blik gaat een mens met een groot hart schuil.

Studenten hebben denk ik veel van Jos geleerd in al die jaren. Maar niet alleen zij. Ook ik heb veel van hem mogen leren – en ik leer nog elke dag bij…. De waardevolste lessen die Jos mij voorleeft zijn: confrontaties niet uit de weg gaan en mezelf niet verloochenen. In een relatie is leren uiteraard een wederzijds gebeuren. Ik denk – en ik kijk even met een schuin oog naar Jos – dat hij door mijn bescheiden inbreng nu wat minder snel oordeelt en milder naar dingen kijkt.

Ja, en dan dat raampje…..dat heeft u nog van mij tegoed. De deur van Windesheim valt in het slot, maar ergens gaat er een raampje open. Jos heeft – nieuwsgierig als hij is – al stiekem door het ruitje gegluurd. Het is nog wat beslagen, maar ….. hij heeft al wat contouren kunnen onderscheiden. Contouren van nieuwe wegen, mooie landschappen en aanlokkelijke vergezichten. Ik ga niet teveel verklappen om hem de ruimte te geven in alle vrijheid te onderzoeken wat bij hem past.

Afgezien van fietsvakanties in Frankrijk, zitten wereldreizen er waarschijnlijk niet in. Met zijn grote levensbeschouwelijke belangstelling gaat Jos liever op innerlijke ontdekkingstocht. Op reis naar zijn binnenwereld. Want, is de langste reis niet de reis naar binnen?

Lieve Jos, en nu richt ik mij rechtstreeks tot jou: ik voel mij een bevoorrecht en dankbaar mens dat ik al vijfendertig jaar samen met je mag oplopen.

Daarom wil ik besluiten met te zeggen: Welkom thuis lieve Jos, van harte welkom thuis!!

En u allen: dank voor uw aandacht.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

ANDROGYN

web_2707opimeisje

Overkomt het u ook weleens? Dat u spontaan een lachbui op voelt komen? Zo’n klaterende lachbui waar geen einde aan lijkt te komen? Mij overkwam het gisteravond. Op tv verscheen een reclamespotje van SIRE, waarin stoeiende, ravottende jongetjes dartel over elkaar heen duikelden. Stoere jochies zag ik, die fikkies stookten en in bomen klauterden. Althans, zó zouden jongens zich moeten gedragen, vindt SIRE. Maar dat doen ze te weinig. Ze worden teveel door hun ouders ‘gepamperd’.

De Stichting Ideële Reclame is daarom een campagne gestart: ‘Laat jij jouw jongen wel genoeg jongen zijn?’ In de media heeft het spotje een ware revolutie ontketend. Ouders, pedagogen, columnisten, n’ importe qui, iedereen heeft er een mening over. Ook babbelshows op de buis besteden ruim aandacht aan dit onderwerp. Bij RTL Summer Night, onder leiding van onze onvolprezen Beau, keuvelen would be opvoedkundige Phaedra Werkhoven en andere gasten er lustig op los. Zonder dat het iets concreets oplevert.

Ik hik nog wat na van het lachen. Waar maken ze zich druk om bij SIRE? Heeft dat clubje vroeger zitten slapen tijdens de biologielessen? Of zijn ze simpelweg vergeten dat jongetjes behalve een X- en een Y-chromosoom – die hun geslacht bepalen –  ook een aantal genen hebben? En dat juist die genen bepalen welke eigenschappen je hebt, of hoe je bent. Daarom zijn er jochies die graag in bomen klimmen, maar ook jochies die graag een boekje lezen of taarten bakken.

En SIRE, wat te denken van de andere sekse? Dat alle meisjes dol zijn op Barbies of ballet is een farce. We doen daarmee onze bootcampers tekort, meiden die het liefst lekker door de modder ploegen. Dus beste SIRE, stop alsjeblieft met stigmatiseren. Laat kinderen in hun waarde. En geef hen de kans zich naar eigen aard en inzicht te ontwikkelen. Zo speelde Actrice Romana Vrede, genomineerd voor de Theo d’Or, als meisje het liefst met vriendjes. Ze vertelt: “En dan gingen we naar het toilet en dan ging ik ook staand plassen. Ik was gewoon lekker een jongetje: constant in de sloot vallen.” Romana typeert zichzelf als androgyn. Ze vindt dat ze zowel vrouwelijke als mannelijke eigenschappen bezit en wenst zich niet te conformeren aan de tweedeling man-vrouw.

Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar mijn jeugd. Ik was ook zo’n meisje dat stoere spelletjes speelde. Mijn grootste wapenfeit ooit was een welgemikte linkse directe. Een dreun die neerkwam op het gezicht van een jongetje dat mijn zusje pestte. Met een blauw oog en kermend van pijn droop hij af. Ach, een linkse directe deel ik tegenwoordig niet meer uit. Maar mijn liefde voor links is gebleven, zowel qua schrijven als politieke voorkeur. ’t Is maar dat u het weet.

Van die jongensachtige bravoure is weinig meer te merken. In de loop der jaren zijn mijn vrouwelijke kanten meer boven komen drijven. Ik voel me een verbinder, ben meer van het harmoniemodel dan iemand die de confrontatie zoekt. Maar toch, diep in mijn hart kan ik soms zo terugverlangen naar dat jongetje in mij. Dat lefgozertje, voor niets of niemand bang, dat overal op af stapte en onbevangen de wereld ontdekte…..

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

WAAN VAN DE DAG

poetin

De wasmachine draait overuren, een reeds gevulde koffer zucht onder zijn gewicht. Op de deurmat ligt de krant. Fel oranje spat van de voorpagina: ‘Voetballeeuwinnen winnen het EK.’ In de supermarkten is geen ei meer te koop en de formatieonderhandelingen worden tijdelijk gestaakt. Ik veeg het nieuws bij elkaar en gooi het met een ferme zwaai in de papiercontainer. Weg met alle info die mij dagelijks overspoelt. Mijn hoofd is toe aan welverdiende rust. ‘Vive les vacances, vive la France.’

Twee theologisch geschoolde buurtgenoten passen op ons huis. Als daar geen zegen op rust…. De 84-jarige buurman, wiens deur altijd openstaat, en zijn mantelzorgende zoon zwaaien ons uit. We maken een tussenstop in Avranches. Aangekomen bij de chambre d’hôtes, verscholen in het groen, worden we verwelkomd door een vriendelijke tuinman. De volgende ochtend zien we hem in een andere rol, glimlachend serveert hij het ontbijt. Gedurende zijn werkzame leven, zo vertelt hij, bestierde hij een groot internationaal bedrijf. Op zekere dag besloot hij zijn riant verdienende positie te verruilen voor een dienend beroep. Hij zou niet anders meer willen.

Ons reisdoel is Bretagne. Dat karakteristieke schiereiland waar de Kelten duidelijk hun voetsporen hebben nagelaten. Welk dorp of gehucht je ook binnenrijdt, je struikelt bijkans over de meest exotische – nauwelijks uit te spreken – Bretonse namen. En niet te vergeten de enorme rijen stenen rondom Carnac. Al heb je ze nooit gezien, je kent ze ongetwijfeld uit de stripverhalen van Asterix en Obelix. Lange tijd deden de meest wilde verhalen de ronde over deze 5000 jaar oude kolossen. Tegenwoordig weten we dat ze een religieuze functie hadden of dienst deden als grafmonument.

Aardige mensen trouwens, die Bretonnen. Zoals die bestuurder van een Porsche Carrera. Spontaan stapt hij uit als hij ons hulpeloos met onze fietsen in de berm ziet staan. Onze kaart en ook Google Maps bleken niet up-to-date. Galant wijst hij ons de weg en na een vriendelijk ‘bonne route messieurs dames’ crosst hij weer verder. Of Fatima en Jean-Pierre, de eigenaars van de chambre d’hôtes, waar we al voor het derde jaar komen. Gebukt onder zijn eigen gewicht – en onder luid protest van ons – draagt Jean-Pierre hijgend onze bagage twee trappen op. De volgende ochtend staat hij voor dag en dauw in zijn keuken om verse croissants en chocoladebroodjes te bakken. Zijn overhemd wordt smoezelig, zweetplekken verschijnen onder zijn oksels maar hij maalt er niet om. Wij evenmin.

Na een heerlijke fietsvakantie komen we weer thuis. De wasmachine draait opnieuw overuren. Een stapel kranten vult de hal. Jorge Zorreguieta heeft de pijp aan Maarten gegeven. Trump en Kim Jong-un, twee opgeblazen, nooit volwassen geworden kleuters, dreigen elkaars landje te vernietigen. Poetin viert nog vakantie. Met ontblote bast vist hij op snoek in het Baikalmeer.

Ach, over het nieuws kan ik kort zijn. Wat de ene dag ‘hot news’ is, is de volgende dag alweer passé. Maar over al die aardige mensen die mijn pad kruisen kan ik eindeloos doorschrijven. Lieve mensen, ze zijn overal te vinden. Echt waar! Je moet er alleen oog voor hebben.

Je moet ze willen zíen!

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

NIEUWE RELIGIE?

Hardloopschoenen

Elke zondagochtend zie ik ze voorbijkomen. Hardlopers, in kleurige outfits. Met een muziekje in de oren snellen ze over ‘s Heeren wegen. Het traditionele zondagse straatbeeld verandert. Kerkgangers in sombere kleding verdwijnen uit beeld. Hardlopers nemen het stokje over. Zwart verdwijnt, kleur verschijnt. Rennen lijkt de nieuwe religie.

Om aan deze hype tegemoet te komen worden overal in het land hardloopevents georganiseerd. Vanavond is mijn stad het strijdtoneel voor de halve marathon. Langs het hele parcours staan dranghekken. Om een plekje vooraan te bemachtigen wurm ik mij tussen de menigte door. Met efficiënt ellebogenwerk en een verontschuldigende glimlach bereik ik mijn doel. Het startschot klinkt. Een enorme kluwen armen en benen zet zich in beweging. Roze, groen en geel fluorescerende Nikes en ASICS denderen over het plaveisel. Als een kleurrijk lint waaieren de lopers uit en nemen bezit van de straten. Duizenden homo sapiens zie ik voorbijkomen, in velerlei soorten en maten. Geprononceerde kuiten, spillebenen, brede of smalle heupen, er is voor ‘elck wat wils’.

Het is een warme, broeierige dag. Als een onzichtbare vijand heeft de hitte zich tussen de huizen genesteld. De wedstrijdlopers lijken er weinig last van te hebben. Transpiratievocht geeft hun atletisch gebouwde lichamen een prachtige glans. Hoe anders is dat bij de recreatielopers. Dikke zweetdruppels parelen op de voorhoofden. Ze vallen op de grond en trekken een glinsterend spoor. Bij minder goed getrainde lopers slaat al na een paar rondjes de vermoeidheid toe. Hun tred wordt trager. Meer sjokkend dan lopend bewegen zij zich voort. Langs de kant van de weg legen een paar lopers schielijk hun maag. Anderen worden door de warmte bevangen. Het mag de pret niet drukken. Hulpverleners ontfermen zich over hen.

De deelnemers aan de vier Engelse Mijlen beginnen aan hun laatste ronde. Manlief loopt mee en verwacht mij – met een setje droge kleding – bij de finish. Ik besluit alvast die richting uit te lopen. Het wordt een ware martelgang. Overal stuit ik op barricades, er is geen doorkomen aan. Mijn vrees de finish niet op tijd te halen groeit met de minuut. Zonder mij aan God of gebod te storen klim ik pardoes over een paar dranghekken.

Buiten adem van het klimmen, duwen en trekken, bereik ik net op tijd de finish. “Wat een puinhoop! Alles is afgezet”, roep ik mopperend tegen manlief die moe maar voldaan over de eindstreep komt. Een man naast mij in het publiek zegt: “Mevrouw, wat een zelfmedelijden. Uw man heeft zojuist een puike prestatie geleverd. Hij verdient applaus!” Verbouwereerd kijk ik hem aan terwijl het schaamrood naar mijn kaken stijgt.

In mijn stad is het een vrolijke boel. Het centrum bruist van leven en vitaliteit. Hardlopers en toeschouwers vermengen zich. Mensen vallen elkaar spontaan in de armen. Vermoeidheid, pijntjes, afzien, het is allemaal vergeten. Vreugde overheerst. Dat sport verbroedert moge duidelijk zijn.

Rennen als nieuwe religie. Wordt dit het credo? Wordt dit de trend? Het woord religie is afgeleid van het Latijnse ‘religare’, dat verbinding betekent. Zoeken naar zingeving, naar betekenisvolle verbindingen, dat is waar religie voor staat. En dat is precies wat al die lopers vanavond hebben gedaan. Hoe mooi is dat!

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

BETHEL

IMG_3943 (2)

In de hal van mijn huis hangt een schilderij. Een erfstuk van mijn grootmoeder. Ik ben er zeer aan gehecht. Met fijne penseelstreken heeft de schilder een landarbeiderswoning uit begin zeventienhonderd afgebeeld. Naast het huis, op een bankje, zit een oudere vrouw. Het zachte licht van de avondzon valt op haar nijvere handen. Een paar kippen scharrelen rond op het erf. Het tafereeltje ademt een vredige sfeer. Een sfeer van rust en stilte. Ik mag er graag naar kijken. Soms stel ik mij voor dat ik die vrouw ben, daar op dat bankje in de avondzon. Met de laatste zonnestralen op mijn gezicht zomaar wat mijmeren en de indrukken verwerken van de dag die achter mij ligt.

Huizen, ze fascineren mij. Al van jongs af aan. Als ik door de landerijen fiets en een bordje met daarop ‘Te Koop’ in een tuin zie staan, is mijn belangstelling meteen gewekt. Witgepleisterde boerderijtjes met een rieten kap, een mooie raampartij en veel grond eromheen, ik zie het helemaal voor mij. Maar ach, een authentieke cottage op het Engelse platteland is ook niet gek. Echter, de prijs voor dit soort objecten, dat is wel even een dingetje….

Zoals ik al zei, huizen intrigeren mij. Zelfs in mijn slaap komen ze voorbij. Laatst had ik zo’n droom. Een bevriend echtpaar had een nieuw huis gekocht. Ze nodigden mij uit hun nieuwe stulpje te komen bewonderen. De gastvrouw verwelkomde mij hartelijk. Haar man zag ik niet. Wat vreemd, dacht ik bij mijzelf, hij zou er toch ook zijn? De vrouw leidde mij rond en liet vol trots alle kamers zien. In elke ruimte die we betraden zochten mijn ogen naarstig naar haar man. Tot mijn teleurstelling liet hij zich niet zien. De hele verdere avond bleef hij onvindbaar.

Bij het ontwaken vroeg ik mij af wat deze droom zou kunnen betekenen. De Drentse neuroloog Emile Keuters zegt in een interview dat dromen het venster vormen naar het onbewuste. En volgens Jung bevatten dromen vaak archetypische symbolen vanuit het collectieve onderbewuste. Een huis is bijvoorbeeld een heel herkenbaar oerbeeld of archetype. Het staat symbool voor je eigen ‘zelf’.

Met deze wetenschap en een snufje creativiteit zou mijn droom als volgt geduid kunnen worden. Mijn zoektocht naar de mannelijke helft van het echtpaar kan erop wijzen dat de mannelijke component in mijzelf nog onvoldoende ontwikkeld is. Het mannelijke staat symbool voor begrippen als kracht, moed, strijdbaarheid en standvastigheid. Daar kan ik wel wat van gebruiken. Het vrouwelijke in mij, zoals zachtheid, invoelendheid en dienstbaarheid zijn al tot wasdom gekomen. Kennelijk wil deze droom mij vertellen dat ik het mannelijke in mijzelf meer moet ontwikkelen. Ja, ik moet ruiterlijk bekennen dat mijn onderbewuste dat goed in het snotje heeft. Hier ligt een schone taak voor mij weggelegd.

Vaak heb ik mijzelf de vraag gesteld hoe het komt dat huizen zo’n aantrekkingskracht op mij uitoefenen. En dan vooral rustig gelegen optrekjes op het platteland. Zou dit verlangen misschien betekenen dat ik behoefte heb aan innerlijke rust? Het zou zo maar kunnen. Mijn grenzeloze leergierigheid en levensbeschouwelijke instelling dwingen mijn arme hoofd vaak tot vele overuren. Als ik het radarwerk in mijn hoofd wat vaker tot stilstand kan brengen en leer rusten in mijzelf, ach dan is mijn verhuisdrang vast snel van de baan. Dat scheelt een hoop gedoe en handenvol geld.

Het leven dat ik leef voelt als een pelgrimstocht. Als een zoektocht naar geborgenheid en innerlijk geluk. Op een dag, als ‘eeuwigh gaat voor oogenblick’, hoop ik ‘thuis’ te komen. Waar dat thuis zal zijn en hoe het eruit zal zien, er is geen wetenschapper die op deze vraag een antwoord heeft. Het leven is een groot mysterie.

Dat het vooral zo mag blijven!

 

De Zuid-Afrikaanse zangeres Amanda Strydom heeft een prachtig lied gezongen over deze pelgrimstocht door het leven. Als je het lied wilt beluisteren klik dan op deze link: https://youtu.be/34PYPYWmCS4 (met dank aan Wibowo Rimbawan die mij op dit lied attendeerde)

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

ECCE HOMO

cabernet-sauvignon---merlot-77-1-1

Vol trots liet hij de ring zien. Een witgouden trouwring. Met aan de binnenzijde in sierlijke letters de initialen van zijn partner gegraveerd. Enthousiast verhaalt hij over de bruiloft. Hoe hij ervan genoten heeft, samen met zijn man, zijn grote liefde. Hoe zij in een oldtimer naar de trouwlocatie werden gereden. En hoe hun dierbaren hen daar met hartvormige ballonnen in de hand hadden toegezongen. Hij was er vol van.

Al maanden voorafgaand aan de bruiloft hield hij mij nauwgezet op de hoogte van alle voorbereidingen. Locatie, trouwkostuums, de bruidstaart, alles kwam voorbij. Zijn ouders zouden hen de huwelijksreis cadeau doen. Een culinaire trip naar Florence waar ze mochten aanzitten in een driesterrenrestaurant. Voor hem en zijn partner, beiden werkzaam in de horeca, natuurlijk een fantastisch geschenk. Ja, hij was er vol van!

Sinds jaar en dag kom ik in het restaurant waar hij als ober werkzaam is. Veel bedienend personeel zag ik komen en gaan. Maar hij bleek een blijvertje. Als geen ander weet hij de gasten een luisterrijke avond te bezorgen. Kaarsrecht en met een zekere schwung paradeert hij met borden vol heerlijkheden op zijn arm door het restaurant. Zijn uitleg over de gerechten is zo beeldend dat het de smaakpapillen spontaan activeert. Maar waar hij werkelijk in excelleert is het aanprijzen van de bijpassende wijnen. Behendig jongleert hij met termen als merlot, cabernet, een zoetje, een zuurtje, een zweem van karmijn… En moeiteloos vermengt hij dit alles tot een prachtige Bordeaux met een soepele, krachtige afdronk. Bij het inschenken van de wijn trilt zijn hand licht. Een reumatische aandoening bezorgt hem bij tijd en wijle veel pijn, zo vertelde hij.

Het is een week voor Pasen. Manlief en ik hebben wat te vieren en we besluiten naar ons favoriete restaurant te gaan. Steevast staat de ober bij aankomst klaar om ons gastvrij te ontvangen, maar deze avond is hij er niet. De eigenaar van het restaurant neemt onze jassen aan en gaat ons voor naar een tafeltje. Wanneer hij de amuse serveert, vraag ik hem of de ober misschien ziek is. Met een wat schichtige blik kijkt hij eerst om zich heen en antwoordt dan: “Dat is een heel triest verhaal”.

Er bleken flessen wijn uit de wijnkelder verdwenen. Al snel viel de verdenking op de ober. Toen hij ter verantwoording werd geroepen barstte hij in tranen uit en bekende meteen. De fles was hem de baas geworden. Op staande voet werd hij ontslagen. In wanhoop riep hij uit: “Nu ben ik alles kwijt. Mijn baan, mijn inkomen en het betekent ook het einde van mijn huwelijk”. Eenzelfde scenario bleek zich te hebben afgespeeld bij een vorige werkgever. Vermoedelijk had zijn partner hem toen al de wacht aangezegd. Ontdaan kijken manlief en ik elkaar aan. Dit hadden we niet verwacht. Niet van hém. “Hij koos zelf voor de fles, het was zijn eigen keuze”, besluit de restauranteigenaar zijn verhaal.

Het is aardedonker als we huiswaarts keren. De maan heeft zich teruggetrokken achter de wolken. “Het was zijn eigen keuze…” Die laatste woorden van de restauranthouder galmen nog na in mijn hoofd. Ik zet de autoradio aan. Uit de speakers klinkt zacht een aria uit de Mattheuspassion van Bach: ‘Erbarme dich’.

https://www.youtube.com/watch?v=BBeXF_lnj_M

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

ZACHTE KRACHTEN

Henriette Roland Holst

Elke zondagochtend hetzelfde ritueel. De regiotaxi stopt voor het kerkgebouw. Een oude dame stapt uit. Leunend op haar wandelstok, maar kaarsrecht, schrijdt zij de kerk binnen. Bij de bank waar ik zit houdt ze halt. Gedecideerd reikt ze mij haar wandelstok aan en neemt naast mij plaats. Ze opent haar handtasje, haalt er wat kerkmuntjes en een wit kanten zakdoekje uit. Omstandig veegt ze een druppel onder haar neus weg en knoopt haar mantel los. Een scherpe geur dringt mijn neusgaten binnen. Mottenballen, geen twijfel mogelijk. Ze hebben echter niet kunnen voorkomen dat de tand des tijds de stof van haar mantel heeft aangevreten.

Als alle rituele handelingen zijn afgerond neemt de oude dame het woord. Van mij wordt slechts verwacht dat ik luister. Ze is hoogbejaard maar nog immer een markante persoonlijkheid. Krachtig en onafhankelijk komt ze op mij over. Met een eigen mening die ze bepaald niet onder stoelen of banken steekt. Stilletjes bewonder ik haar om die eigenschappen.

Er kwam een periode dat ik de kerk meed. Ik zat niet lekker in mijn vel. Toen ik weer acte de présence gaf keek de oude dame mij, over haar knijpbrilletje heen, met een scherpe blik aan. “Je ziet wat minder bleekjes” zei ze. Hoe gaat het met je?” “De goede kant op” liet ik haar weten. Mijn antwoord bevredigde haar kennelijk niet. Voortvarend ging ze verder: “Wat had je? Was je overspannen?” Ik voelde er niets voor mijn doopceel te lichten en trachtte haar vraag te ontwijken. Maar ze liet zich niet met een kluitje in het riet sturen. “Had je stress? Of was je depressief?” Ik voelde mij in het nauw gedreven. “Niets van dat alles”, gaf ik haar kortaf ten antwoord. Ten opzichte van de kordate oude dame voelde ik mij zwak en kwetsbaar. Ik schaamde mij daarvoor en schermde mezelf af. De week daarna kreeg ik hetzelfde spervuur van vragen over mij heen. Weer gaf ik niet thuis.

Het werd najaar. De oude dame begon te kwakkelen. Bronchitis had de dokter gezegd. Drie weken later was ze dood. Ik ontving een uitnodiging voor haar uitvaart. Naast de bank waar ze altijd zat stond nu haar kist. Haar zoon haalde mooie herinneringen op uit haar lange leven. Maar ook een andere kant werd belicht. Een kant van haar die ik niet kende. De zoon vertelde dat zijn moeder de laatste jaren aan depressies leed. Dat ze bang was. Bang om alleen te moeten sterven. Ik was volkomen verrast. Die zelfverzekerde sterke vrouw waar ik altijd zo tegenop keek. Nooit had ik gemerkt dat zij sombere stemmingen had.

Waarom had ze mij zulke indringende vragen had gesteld over mijn gezondheid? Had ze gehoopt in mij een klankbord te vinden? Een lotgenote met wie ze kon praten? Met wie ze haar leed kon delen? En ik? Ik had het niet aangedurfd mij kwetsbaar op te stellen. Zij evenmin. Een gemiste kans gaat er door mij heen als ik naar haar kist kijk. In onze kwetsbaarheid hadden we elkaar misschien tot steun kunnen zijn.

Thuisgekomen mijmer ik nog wat na over het woord ‘kwetsbaarheid’. Altijd heb ik gedacht dat het tonen van kwetsbaarheid een teken van zwakte is. Iets om je voor te schamen. Maar dat is het niet! Integendeel. Kwetsbaarheid tonen vraagt moed. Pas nu dringt dat besef ten volle tot mij door. Juist in het laten zien van je kwetsbaarheid schuilt een grote kracht. Een ‘zachte’ kracht. Henriëtte Roland Holst (1869-1952), verwoordde dat prachtig in een gedicht:

‘De zachte krachten zullen zeker winnen

in ‘t eind – dit hoor ik als een innig fluist’ren

in mij: zoo ‘t zweeg zou alle licht verduist’ren

alle warmte zou verstarren van binnen.

Zachte krachten, ze zijn zo kwetsbaar. Maar juist met die zachte krachten zoals aandacht, zorg en solidariteit kunnen we elkaar een helpende hand toesteken. En werkelijk iets voor elkaar betekenen. Of de zachte krachten uiteindelijk zullen winnen? Ik hoop het. Ik hoop het met heel mijn hart.

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

MINDFULNESS

tijger___national_geographic_stock___michael_nicols___wwf___239815_9369

Half Nederland doet het. Van kleuters tot topmannen. Van werkende moeders tot de meiden van het nationale hockeyelftal. Diep ademhalen en je concentreren op het hier en nu. Mindfulness, ook wel aandachttraining genoemd, is booming. Het zou helpen tegen slaapproblemen, stress, piekeren en nog veel meer. Maar wat houdt het precies in? En is het echt zo heilzaam als wordt beweerd of is hier sprake van de zoveelste zweverige hype?

Nieuwsgierig geworden naar dit fenomeen besluit ik mij op te geven voor een training in mijn woonplaats. Al googelend verschijnen er meer dan twintig hits op mijn beeldscherm. Direct slaat de keuzestress toe… Op goed geluk bel ik het nummer van psychomotorisch therapeute Liesbeth Veldhuizen, haar foto op haar website spreekt mij aan. Al bij de eerste ontmoeting is er een klik tussen ons. Via simpele oefeningen leert zij mij om, in plaats van mijn ongemakken te ontvluchten of te verdringen, mij open te stellen voor mijn angsten en malende gedachtestromen. Met milde, niet oordelende aandacht leer ik met mijn ongemakken op goede voet te komen. Een van de eerste opdrachten is mijn aandacht te focussen op mijn ademhaling. Binnen luttele seconden dwaal ik af van het hier en nu. Allerlei gedachten komen vanuit het niets boven drijven. Mijn geest is als een wilde tijger die mij rücksichtslos alle kanten op sleurt. “Gaat dit ooit lukken?”, vraag ik mij vertwijfeld af. Liesbeth stelt mij gerust: “Mindfulness is niets anders dan het trainen van je aandacht spier. Hoe meer je die traint, hoe meer je je aandacht bij het hier en nu kunt houden. Na verloop van tijd zul je merken dat je niet meer zo volledig samenvalt met je ervaring. Je bent niet helemaal meer je pijn of je malende gedachtestroom. Er ontstaat een zekere afstand ten opzichte van wat je ervaart. Daarmee ontstaat er ruimte voor keuzes en je innerlijke kalmte neemt toe”. Haar woorden klinken mij als muziek in de oren.

Thuisgekomen en trek gekregen van het oefenen besluit ik – met aandacht – een banaan te eten. Een kopje lindebloesemthee gaat er ook wel in. Uit mijn tas pak ik de cursusmap die Liesbeth mij heeft gegeven. Ik lees dat Mindfulness is bedacht door de Amerikaan Jon Kabat-Zinn, emeritus hoogleraar in de moleculaire biologie. Vanuit zijn persoonlijke ervaring met yoga en meditatie ontwikkelde hij deze training. Daarmee was hij eerste persoon die oosterse wijsheden toegankelijk maakte voor westerlingen. Au fond niets nieuws onder de zon, denk ik bij mijzelf. Ruim drieduizend jaar geleden bekwaamden zenboeddhisten, woestijnvaders en monniken zich al in het leven met volledige aandacht. Tijdens het lezen heb ik gedachteloos mijn kopje thee opgedronken…Vooruit, nog maar een kopje. En nu mét aandacht.

Mindfulness is simpelweg aandacht hebben voor alles wat zich voordoet in het hier en nu en het leven aanvaarden zoals het zich voordoet. Daarbij horen ook pijn, nare gevoelens of sombere gedachten. Het leven biedt geen blijvende garantie op geluk. Lijden en verdriet vormen een onlosmakelijk onderdeel van het leven. Hier raakt Mindfulness aan levensbeschouwing en religie. Met name binnen deze disciplines is ruimte voor levensvragen zoals: waar kom ik vandaan, waar ga ik naar toe, hoe ga ik om met pijn en lijden, wat maakt echt gelukkig?

Met Liesbeth als coach heb ik het geweldig getroffen. Ondanks haar jeugdige leeftijd belichaamt zij een zeldzame combinatie van levenservaring en levenswijsheid. Zij reikt mij niet alleen technieken aan. Ook levensbeschouwelijke onderwerpen maakt zij bespreekbaar en waar nodig durft zij zich kwetsbaar op te stellen. Daarmee geeft zij haar Mindfulnesstraining duidelijk een stukje meerwaarde. Wat hebben de sessies mij opgeleverd? Door meer uit mijn hoofd te stappen en mij open te stellen voor ervaringen in het hier en nu, sta ik minder stil bij het verleden en maak me minder zorgen over de toekomst. Ik ervaar meer rust en durf meer op mijn gevoel te vertrouwen.

En die wilde tijger? Vaak op onverwachte momenten bespringt hij mij vanuit het struikgewas. Maar met de gereedschappen, mij aangereikt door Mindfulness, lukt het steeds beter hem te temmen. En er komt een dag – ik weet het zeker – dan eet hij uit mijn hand!

Geplaatst in Geen categorie | 4 reacties

MIRABILIS CONSPECTU ORBIS TERRARUM

Landschap2

Vroeg in de ochtend fiets ik door het Overijssels landschap. Dauw hangt over de velden. Slaperige boerderijen worden langzaam wakker. De vlierbessen in de berm bereiken stralend wit hun hoogtepunt. Hun bloesems verspreiden een zoete, exotische geur. Een geur die mij terugvoert naar mijn kindertijd.

Zomerochtend, een schitterend strakblauwe hemel. In de hof achter het huis staat mijn grootvader. Zijn licht gebogen gestalte leunt op de schoffel waarmee hij zojuist het onkruid heeft los gewied. Aandachtig kijkt hij naar zijn pas gezaaide bedden spinazie. Trots is hij op zijn moestuin. Onwillekeurig dwaalt zijn blik af, over de gewassen heen, naar een punt in de verte. In stille verwondering aanschouwt hij de schoonheid der schepping. Al fietsend komen er meer beelden uit mijn kinderjaren naar boven. Knikkerend, touwtje springend, trappend op mijn eerste fiets. Een tweedehandsje. Mijn vader kocht het op de groei en schroefde houten blokjes op de trappers. Zo ging dat in die tijd.

Donkere wolken verschijnen aan de horizon. Zomaar ineens. Ik zie ze niet. Ik wíl ze niet zien. Ze verjagen de zon en werpen een schaduw over mijn jeugd. Een storm steekt op en raast over het landschap van mijn ziel. Ik voel mij ontworteld, als een boom die neervalt in de aarde. Maar ik bleek een rietstengel die meebuigt met de stormwind en niet breekt.

Nu ben ik volwassen. Het kinderlijke liet ik achter mij. Met in mijn binnenzak moeilijke én mooie ervaringen, vervolg ik mijn weg door het leven. Ik heb geleerd dat pijn en verdriet onlosmakelijk met het leven zijn verbonden. Ze zijn niet uit te wissen en dat hoeft ook niet. Dat kán ook niet. Dat lijden niet vergeefs geleden wordt vertelt deze mooie anekdote over de Dalai Lama. Tijdens een interview met een psycholoog begon de spiritueel leider zachtjes te huilen toen hij vertelde over een geliefde mentor van wie hij als kleine jongen in het klooster afscheid moest nemen, kort nadat hij ook zijn ouders vaarwel had moeten zeggen. Geschrokken vroeg de psycholoog hem: “Heeft u dat oude verdriet nog niet verwerkt na al die jaren van meditatie?” De Dalai Lama nam rustig de tijd om even te huilen en antwoordde toen: “Jullie Westerlingen willen je pijn en verdriet altijd opbergen in een doosje, met een etiketje erop, en weggooien. Ik draag dit verdriet gewoon de rest van mijn leven met mij mee en dat vind ik prima”.

Zacht neuriënd fiets ik verder tussen de landerijen door. Kieviten scheren over de akkers en maken acrobatische capriolen in de lucht. De zon klimt steeds hoger, tegen een azuurblauw decor. Mijn pedaalslag wordt krachtiger. Pure blijdschap welt in mij op. Diep van binnen voel ik dat mijn leven geworteld is. Geworteld in een basisvertrouwen, in God. Meer en meer durf ik erop te vertrouwen dat ik het allemaal niet alleen hoef te doen. Ik voel mij gedragen en weet dat het uiteindelijk allemaal goed komt, wat er ook gebeuren zal.

Het kind in mij, waarvan ik reeds lang het bestaan vergeten was, wordt langzaam wakker. Voorzichtig richt het zich op en met verwondering en vol vertrouwen kijkt het de wereld in.

Geplaatst in Geen categorie | 4 reacties

LEVENSLES

Sylvan en Justin

Mijn stad staat in het teken van een cultureel festival. Ter leering ende vermaeck zullen artiesten, muzikanten en verhalenvertellers een week lang optredens verzorgen. Echt iets voor de kleinkinderen, denk ik bij mijzelf. Ik stuur ze een appje met de vraag of ze mee willen. Voor woensdagmiddag staat hun agenda al vol. Maar… ik heb geluk, de zondag is nog blanco.

Met aan elke hand een kleinzoon betreed ik het festivalterrein. Het eerste wat ik zie is een standje waar kinderen worden geschminkt. Het lijkt mij erg leuk maar de jongens vinden het niets. Even voorbij de schminkstand staan Afrikaanse trommels, opgesteld in een cirkel. Enthousiast roffelen een stuk of tien kinderen met hun handen op de instrumenten. Een beeld van een met rubber bespannen trommel, die ik ooit voor mijn vijfde verjaardag kreeg, doemt voor mij op. Dolblij was ik ermee. Trommelen, dat vinden de jongens vast en zeker leuk! Maar nee, ze vinden het niet zo tof. Ineens ziet de oudste een stand waar je kunt boogschieten. Hij vliegt er op af en mag tien keer schieten. Zijn ogen glinsteren van pret als hij een paar keer raak schiet.

Een meisje in Indianenkostuum komt op ons toe gelopen. Ze wijst naar een grote wigwam achter haar en nodigt ons uit binnen te komen. Zo dadelijk zal een Russisch sprookje worden verteld. Aarzelend lopen de kleinzoons aan mijn hand naar binnen. Als klein meisje was ik al dol op de sprookjes van Andersen, die mijn oma mij vaak voorlas. Dat zullen de kinderen toch zeker leuk vinden! Een verhalenvertelster stapt het podium op. Ze verhaalt over een zevenkoppige draak die door een jongen, genaamd Pjotr, overwonnen moet worden. De vrouw blijkt gespeend van elk narratief talent, getuige het geroezemoes dat steeds luidere vormen aanneemt. Als we weer buiten staan vraag ik de kinderen hoe ze het vonden. “Een beetje saai”, antwoordt de oudste van zes. Ik kan hem geen ongelijk geven.

Het mooie zomerweer heeft ons dorstig gemaakt. We gaan wat drinken op een heus vrachtschip dat tegenwoordig dienst doet als pannenkoekenrestaurant. De kleinzoons kijken gefascineerd naar de bootjes en waterfietsen die door de gracht varen. Ik kijk met verbazing naar de bierdrinkende jongeren die onderuitgezakt in de bootjes hangen. De overvloedige inname heeft bij de meesten al een aardig zwembandje rond hun middel gevormd. Reddingsvesten zijn zo te zien overbodig.

Als ik met de kinderen een verhalentent in wil gaan, duikt er een blondgelokt knaapje op uit de mensenmassa. Een vriendje van de oudste kleinzoon. Lachend vliegen ze elkaar om de hals. Met in hun kielzog de jongste kleinzoon, beginnen ze rondjes te rennen om een dikke boom. Ze klimmen op een kanon, buitelen over elkaar heen en laten zich in het gras vallen. Op slag zijn alle culturele activiteiten vergeten. Ze hebben alleen aandacht voor elkaar en gaan volkomen op in hun spel.

Ik ga rustig op een muurtje zitten en kijk geanimeerd naar de spelende kinderen. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af. Zij gingen niet, zoals ik, met allerlei verwachtingen naar het festival. Nee, zij laten alles komen zoals het komt en handelen puur vanuit hun gevoel en intuïtie. Zo leven ze volledig en met aandacht in het moment, in het hier en nu. Iets wat ik gaandeweg mijn leven ongemerkt ben kwijtgeraakt. Eckhart Tolle heeft een boek vol geschreven over hoe je dat nu precies doet: leven in het hier en nu. Kinderen doen het van nature. Ik dacht de kleinzoons een culturele en leerzame middag te bieden. Maar het liep anders. Niet ik, maar zíj gaven mij een prachtige levensles.

‘Kome wat komt’, dat is vanaf nu mijn levensmotto!

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie